De Zoete Smaak van Eekhoornstreken
- Kylian Verhalenverteller
- 25 mrt
- 4 minuten om te lezen
De Zoete Smaak van Eekhoornstreken

Roos was geen meisje dat je snel opmerkte in een menigte. Met haar meter zestig was ze aan de kleine kant, en haar lange blonde krullen, hoewel prachtig, dienden vaak als een soort verlegen gordijn voor haar gezicht. Achter dat gordijn schuilden blauwe ogen, dromerig en onschuldig, maar met een klein vonkje ondeugd dat zich uitte in een blos die haar wangen kleurde bij de geringste aandacht. Die blos was haar vloek en haar zegen, want hoewel ze erdoor nog kwetsbaarder leek, verraadde het ook een innerlijke warmte die mannen – en soms ook vrouwen – nieuwsgierig maakte.
Wat de meeste mensen niet wisten, was dat Roos een geheim had. Of eigenlijk, meerdere geheimen, verstopt onder haar kleding. Sexy tattoos, stuk voor stuk zorgvuldig gekozen kunstwerken die haar eigenzinnigheid en humor verrieden. Een klein vosje dat om haar enkel danste, een roze en geel roosje dat haar pols sierde, een kleurig vuurspuwend draakje dat op haar schouderblad rustte, en, het meest gewaagd, een klein rood hartje op een discrete plek in haar lies. En alsof dat nog niet genoeg was, had ze ook een ondeugend ringetje in haar neusvleugel, een tongpiercing die ze zelden liet zien, en een navelpiercing met een klein draakje als hangertje. Ze was een vat vol contradicties, Roos, een verlegen buitenkant met een pittige, avontuurlijke ziel.
Thijs daarentegen was meer het type ‘wat je ziet is wat je krijgt’. Een boom van een jongen, zeventien jaar oud met een open gezicht, bruin haar dat altijd een beetje in zijn ogen hing, en lachende blauwe ogen die oprecht en vriendelijk waren. Hij had een energie die aanstekelijk werkte, en een natuurlijke charme die ervoor zorgde dat mensen zich snel op hun gemak voelden bij hem. Hij was sterk, niet alleen fysiek, maar ook in de manier waarop hij in het leven stond.
Roos had Thijs al een tijdje in de gaten. Ze zag hem altijd rondhangen in het park, lachend en pratend met zijn vrienden. Ze vond hem doodeng, op een opwindende manier. Het idee alleen al om met hem te praten, bezorgde haar vlinders in haar buik.
Het was Fred, een onbeschaamde eekhoorn, die de vonk deed overslaan. Fred woonde al jaren in het park en had de neiging om mensen te irriteren in ruil voor wat lekkers. Terwijl Roos op een bankje zat, verdiept in een boek over middeleeuwse alchemie (weer zo'n verborgen kant van haar), zag ze een schaduw vallen over de pagina's. Fred zat op de leuning, met zijn loerende oogjes op haar gericht.
"Ga weg, Fred," fluisterde Roos, maar Fred was ongevoelig voor haar pogingen tot verjagen. Hij maakte een sprong en landde op de bladzijde van haar boek, met zijn scherpe klauwtjes. Roos schrok en gilde zachtjes, waardoor ze haar boek liet vallen.
"Sorry!" zei een bezorgde stem. Thijs stond daar, met een rode kop. "Ik probeerde hem weg te jagen. Fred is een beetje... een plaaggeest."
Roos bloosde, natuurlijk. "Geeft niet", stamelde ze, terwijl ze haar boek oppakte.
Thijs hielp haar, en hun vingers raakten elkaar even aan. Een kleine elektrische schok ging door Roos heen, en ze keek Thijs voor het eerst recht in zijn ogen. Hij glimlachte vriendelijk, en Roos glimlachte terug, vergeten dat ze verlegen was.
Vanaf dat moment waren ze onafscheidelijk. Fred bleef een constante factor in hun liefdesverhaal, altijd op de loer om te plagen en te stelen.
Hun eerste kus was in de speeltuin, bij de schommels. Ze draaiden om elkaar heen, lachend en giechelend, tot Thijs haar plotseling vastpakte en haar zoende. Het was een onhandige, maar heerlijke kus, vol belofte en verlangen.
Later die week wandelden ze hand in hand langs de vijver, waar twee zwanen, Ella en Bennie, een komisch schouwspel opvoerden. Ella zat Bennie constant achterna, pikkend naar zijn veren, terwijl Bennie wanhopig probeerde te ontsnappen. Ze leken verdacht veel op Thijs en Roos, zo dacht Roos later.
Op een zonnige middag besloten ze een ijsje te halen. Ze zaten op een terrasje, genietend van hun ijs, toen Fred plotseling toesloeg. In een oogwenk griste hij Thijs' ijsje uit zijn hand en rende ermee weg. Thijs sprong op en zette de achtervolging in, terwijl Roos lachend toekeek. De scène was zo absurd en hilarisch dat de hele terras mee zat te genieten. Het was duidelijk dat Fred meer was dan alleen een eekhoorn; hij was een koppelaar, een kleine Cupido met een voorliefde voor gestolen ijs.
Na een paar weken was het duidelijk, terwijl ze hand in hand door het bos liepen, “Ze zijn verliefd op elkaar.”
De volgende stap was hun ouders vertellen. Roos was doodsbang, maar Thijs hield haar hand stevig vast. Tot hun opluchting waren hun ouders dolblij voor hen. Ze vonden het geweldig dat hun kinderen zo gelukkig waren.
De zomer stond voor de deur, en met de zomer kwam de tijd om te zwemmen. Roos was nerveus om haar tattoos te laten zien, bang dat Thijs haar anders zou zien. Maar Thijs was juist gefascineerd. Hij vond haar tattoos prachtig, een weerspiegeling van haar complexe en intrigerende persoonlijkheid. Hij koesterde elke centimeter van haar huid en genoot van de manier waarop ze bloosde toen hij haar navelpiercing bewonderde.
Hun liefde was jong, maar intens en oprecht. Ze waren dolgelukkig, en Fred, de eekhoorn die alles was begonnen, leek ook tevreden. Op een dag kwam hij zelfs zijn eekhoornvriendinnetje showen, een schattig, verlegen exemplaar dat Roos prompt Elise noemde.
Zo begon het verhaal van Roos en Thijs, een verhaal van verlegenheid en dromen, van humor en passie, en van een ondeugende eekhoorn die de liefde een handje hielp. Een verhaal dat nog lang niet af was, maar wel al een zoete smaak had, de smaak van ijs en eekhoornstreken, en de onvergetelijke smaak van de liefde.
Voor meer van Kylian:
kylianverhalenvert8.wixsite.com/kylians-verhalenook voor volledige boeken.
Comments