Ik ben Kylian en zo werkt mijn brein.

Ik krijg een tekst van een bekende. Mijn dochter maakt een opmerking over een zeemeermin, de buurjongen vertelt dat hij Ariël gekeken heeft. De bakker komt aan de deur en vertelt dat hij nieuwe futuristische ovens krijgt die lijken op machines die iets onbestemds doen. Op mijn bureau liggen wat alinea's, van mezelf en anderen, die het niet tot al bestaande verhalen gered hebben. Mijn hoofd begint te combineren, te strepen, toe te voegen en te mengen, er komt een idee. Het idee wordt vaak een kort verhaal. En dan krijg je dit:
Er ligt een krant op tafel. Een achttienjarig meisje, blond haar dat in zachte golven over haar schouders valt, groene ogen vol levenslust en een onmiskenbare aura van vriendelijkheid, pakt de krant van tafel. Ze draagt een spijkerbroek, een rood T-shirt en rode basketbal gympen. Advertentie in de krant voor een wedstrijd. Ontwerp een kaft voor een verhaal. Het verhaal wordt toegezonden en dan kan het ontwerpen beginnen. Het meisje doet mee. Ze leest het verhaal. Wint en wordt uitgenodigd. Blij gaat ze op de uitnodiging in. Ze heeft een gesprek met het management die haar, bij een kop thee, vertelt dat haar idee uitgewerkt wordt naar de kaft en dat ze er zelf een groot deel van zal zijn. Meisje wordt slaperig.
Het meisje wordt wakker, kijkt om zich heen. Overal om haar heen ziet ze machines, koud, blinkend staal dat dreigend boven haar uittorent. Ze wil opstaan, dat kan niet. Ze ligt in een glazen iets, een soort kist, aangesloten op allerlei slangen en draden. De man die haar ontvangen heeft staat naar haar te kijken. Groot, breedgeschouderd, goed uitziend, maar met een blik in zijn ogen zo koud als poolijs. "Je hebt gewonnen," zegt hij, zijn stem een laag, resonerend timbre, "maar om jouw idee werkelijkheid te laten worden, moet jij veranderen."
Het meisje voelt pijn achter haar oren, een stekende, brandende pijn. Ademhalen gaat moeilijk, ze heeft het idee dat ze stikt en grijpt naar haar keel. Dan vult de glazen ruimte zich razendsnel met een aquamarine vloeistof, een substantie die alle gaten in haar lichaam inloopt, ook haar neus en mond. Ze probeert haar adem in te houden, maar dat lukt niet voor lang. Ze moet ademhalen. De vloeistof loopt haar longen in, ze denkt dat ze stikt, maar ineens… ineens kan ze adem halen.
Alleen nu doen haar benen pijn, een diepe, ondraaglijke pijn. Ze kijkt naar haar benen. Het is net of haar benen van klei zijn en iemand ze kneedt, in een andere vorm kneedt, ze aan elkaar kneedt. Het doet verschrikkelijk veel pijn. Het meisje ziet dat haar vel veranderd. Haar vel begint te glinsteren. Net of haar vel veranderd in kleine blauw met groene diamantjes. Haar huid jeukt, ze heeft pijn achter haar oren, ademhalen in de vloeistof gaat, maar is moeilijk en haar benen doen pijn. Ze ziet hoe haar benen aan elkaar groeien, van haar kruis naar haar voeten. De voeten die haaks op elkaar gaan staan. Het meisje weet dat ze veranderd. Van de pijn raakt ze het bewustzijn kwijt, maar de verandering gaat door. De koudbloedige man blijft toekijken, onbewogen.
Het meisje komt bij. Ze ligt in iets dat nat is, ze merkt dat ze naakt is. Ze kijkt om zich heen en wat ze ziet lijkt op een zwembad, maar dan veel groter, een soort ondergronds bassin. Ze wil gaan staan, maar valt direct om. "Het was toch een droom?" denkt ze wanhopig.
Dan hoort ze de man die haar ontvangen heeft zeggen. Zijn koude ogen glanzen in het flauwe licht. "Jouw idee was schitterend, nu ben je klaar om op de cover te schitteren."
Het meisje ziet nu een spiegel, een enorme, beslagen spiegel aan de andere kant van het bassin, en kijkt erin. Ze weet niet wat ze ziet, haar blik vol afgrijzen. In de spiegel ziet ze een zeemeermin met lang golvend groen haar, ze is helemaal bedekt met schitterende blauwe en groene schubben, vliezen tussen de vingers, kieuwen achter de oren en een schitterende vissenstaart. Dit is niet wat ze verwachte van die prijsvraag, dit is niet zij, ze gilt en schreeuwt: "Ik wil naar huis, laat me gaan!"
De man lacht, een diepe, demonische lach die klinkt door de ruimte. "Dat zal niet gaan meisje, je bent nu een zeemeermin. Jouw leven zal nooit meer hetzelfde zijn. Je bent nu van mij."
Dat is het begin, vaak is het dan zo, dat zo'n kort verhaal verwerkt wordt, uitgebreid wordt, een verhaal wordt dat men in boekvorm zou kunnen gieten en: Misschien wel een boek zal worden, en soms blijft zoiets op de plank liggen en gebeurt er niets meer mee, tenminste ...
Ik ga verder
(Voice-over, een lage, ietwat hese stem): "Soms, heel soms, kruisen paden elkaar op de meest onverwachte manieren. Zoals een zomers briesje dat een herfstblad oppakt en meevoert naar onbekende oorden. Dit is zo'n verhaal. Een verhaal over ambities, onschuld en de duistere diepten van de menselijke ziel."
Op een keukentafel, bezaaid met kruimels en een halfvolle mok thee, ligt een krant. De ochtendzon werpt een warme gloed over de pagina's. Anita, achttien lentes jong, blonde haren die als gouden watervallen over haar schouders glijden, groene ogen vol sprankeling, pakt de krant op. Ze draagt een eenvoudige spijkerbroek, een felrood T-shirt dat haar vitale energie weerspiegelt, en rode basketbalschoenen, klaar voor actie.
Ze bladert door de krant, op zoek naar inspiratie. Haar oog valt op een advertentie: "Ontwerp een kaft voor een verhaal!" Een wedstrijd. Haar hart maakt een sprongetje. Anita heeft altijd al een artistiek talent gehad, een gave om verhalen te visualiseren. Ze leest de kleine lettertjes, de voorwaarden, de deadline. Een adrenalinekick giert door haar lijf. Dit is haar kans.
De dagen die volgen zijn gevuld met schetsen, kleuren en eindeloze uren achter haar tekentafel. Het verhaal dat ze instuurt, is doordrenkt van haar eigen optimisme en dromen. Ze stuurt het op, een klein sprankje hoop in een envelop. En dan, weken later, komt het verlossende telefoontje. Ze heeft gewonnen!
(Voice-over): "Succes kan een verleidelijk masker zijn. Het kan je lokken met beloften van erkenning en roem, je verblinden voor de gevaren die op de loer liggen in de schaduwen."
Anita wordt uitgenodigd voor een gesprek op het hoofdkantoor. Ze is nerveus, maar ook onnoemelijk opgewonden. Het management ontvangt haar hartelijk, met een kop thee en complimenten over haar briljante ontwerp. Ze vertellen haar dat haar idee werkelijkheid zal worden, dat ze nauw betrokken zal zijn bij de creatie van de cover. Anita straalt.
Terwijl ze aan haar thee nipt, voelt ze zich plotseling slaperig, onwel. Ze probeert zich te concentreren, de woorden van de manager te volgen, maar een zware vermoeidheid overmant haar. De omgeving begint te vervagen.
(Voice-over): "De nachtmerrie begint pas echt wanneer de droom in duigen valt. Wanneer de werkelijkheid een gruwelijke wending neemt en je gevangen zit in een kooi van je eigen verwachtingen."
Anita wordt wakker in een onbekende omgeving. Alles is kil, koud, van blinkend staal. Ze ligt in een glazen kist, aangesloten op een wirwar van slangen en draden. Paniek slaat toe. Ze probeert op te staan, maar haar lichaam gehoorzaamt niet. Ze is machteloos.
Dan ziet ze hem. Boris Vermannen, de man die haar zo vriendelijk had ontvangen. Groot, breedgeschouderd, onmiskenbaar aantrekkelijk, maar met een blik in zijn ogen zo koud en afgemeten als de Noordpool.
"Je hebt gewonnen," zegt hij, zijn stem een diepe, resonerende bas. "Maar om jouw idee werkelijkheid te laten worden, moet jij veranderen."
Anita voelt een scherpe, brandende pijn achter haar oren. Ze probeert te ademen, maar het lukt niet. Ze voelt alsof ze stikt. Dan vult de glazen ruimte zich razendsnel met een aquamarijn vloeistof. Het dringt overal binnen, in haar neus, in haar mond. Ze probeert haar adem in te houden, maar het is te laat. Ze ademt de vloeistof in. Ze denkt dat ze verdrinkt, maar dan… dan kan ze ademhalen. Onder water.
Maar de pijn… een diepe, ondraaglijke pijn in haar benen. Het voelt alsof ze van klei zijn, alsof iemand ze kneedt, vervormt, samensmelt. Ze ziet hoe haar huid verandert, hoe het begint te glinsteren, hoe kleine blauwe en groene schubben zich vormen. Haar huid jeukt, brandt. De transformatie is gruwelijk, onomkeerbaar.
Ze verliest het bewustzijn, maar de verandering gaat door. Boris Vermannen kijkt toe, onbewogen, als een wetenschapper die een experiment observeert.
Anita ontwaakt opnieuw. Ze ligt in iets nat, een soort bad van warm water. Ze voelt zich naakt. Ze kijkt om zich heen. Het is een enorm, ondergronds bassin. Ze probeert op te staan, maar valt onmiddellijk om. "Het was toch een droom?" denkt ze wanhopig.
Dan hoort ze Vermannens stem. Zijn koude ogen glanzen in het flauwe licht. "Jouw idee was schitterend. Nu ben je klaar om op de cover te schitteren."
Hij wijst naar een spiegel, een enorme, beslagen spiegel aan de andere kant van het bassin. Anita aarzelt, maar kijkt dan toch. Wat ze ziet, vervult haar met afgrijzen.
In de spiegel ziet ze een zeemeermin. Lang, golvend groen haar, een huid bedekt met glinsterende blauwe en groene schubben, vliezen tussen haar vingers, kieuwen achter haar oren, een schitterende vissenstaart.
Dit is niet wat ze wilde. Dit is niet zij.
"Ik wil naar huis! Laat me gaan!" gilt ze, haar stem gevangen in de galmende ruimte.
Vermannen lacht, een diepe, demonische lach die door de ruimte klinkt. "Dat zal niet gaan, meisje. Je bent nu een zeemeermin. Jouw leven zal nooit meer hetzelfde zijn. Je bent nu van mij."
De vraag is nu: Ga ik verder en maak ik er een boek van
Comments