Overdenkingen: Mag je in je eigen taal denken en schrijven?
- Kylian Verhalenverteller
- 15 mrt
- 3 minuten om te lezen

Ik deel informatie over mezelf en de verhalen die ik maak op onder andere op mijn websites, bijvoorbeeld: https://kylianverhalenvert8.wixsite.com/kylians-verhalen, maar daar wil ik het nu even niet over hebben. Ik heb even een meer serieus onderwerp waar ik het over wil hebben. Het lijkt meer een vraag die me al een tijdje bezighoudt.
Krijgen jullie wel eens commentaar op jullie taalgebruik? Gebruik van woorden die zogenaamd niet zouden bestaan, of op de schrijfwijze van woorden? Zijn een afwijkende zinsopbouw of woorden die iemand niet kent, per definitie fouten? Of is het misschien toch een regio gebonden iets?
Even wat context. Ik ben een geboren en getogen Limburger. In mijn tijd bij de Marechaussee en Politie kwam ik in het hele land. Ook had ik contact met mensen uit alle provincies. Buiten het feit dat een Limburger vaak een zachte ‘g’ heeft en soms wat zangerig spreekt, hoewel dat vaker niet dan wel het geval is, is ook de woordenschat anders dan van mensen uit andere provincies. Door de ligging van Limburg, zijn er in het door veel Limburgers gebruikte Nederlands nogal wat Duitse, Vlaamse en Franse invloeden geslopen, die dan vaak ook nog eens een andere uitspraak hebben dan het origineel.
Een voorbeeld van een “verlimburgst” woord is het Franse "fourchette", dat in het Limburgs "versjet" wordt. Den/der/dur poekel (wat “bult op de rug” betekent), is een Limburgs woord dat ook een duidelijke Duitse oorsprong heeft. In Limburg kan zo'n woord zomaar in een Nederlandstalige zin terechtkomen. Ook heeft een Limburger vaak een zinsopbouw die meer op de Duitse manier van doen lijkt, dan op de Nederlandse. Het Limburgse "Je moet eens", dat duidelijk betekent: "probeer eens", wordt in de provincies buiten Limburg vaak als dwang opgevat, terwijl het eigenlijk de Limburgse versie van het Duitse "Das Möchtest doe" is.
Vreemd genoeg, hadden vooral de mensen uit “De Randstad” daar moeite mee, moeite dus met mijn net iets andere manier van woordgebruik, zinsopbouw en uitspraak.
Wat dit alles met verhalen maken te maken heeft? Daar kom ik nu op. Ik gebruik als verhalenverteller nog wel eens typische woorden of uitdrukkingen uit mijn geboortestreek. Wat mij verbaast, is dat mensen uit andere streken daar nogal commentaar op kunnen hebben. Vooral met de woorden: "Hoe durf je zo'n fout te maken!". En dat is dan nog een nette versie van het commentaar.
Ook hebben mensen nogal eens commentaar op woordvolgordes, de zinsopbouw. Die schijnt voor sommige mensen nogal eens vreemd te zijn. Dan krijg ik weer eens op mijn bord dat ik beter Nederlands moet leren. En wat ook heel sterk is, ik krijg regelmatig te horen dat ik geen Vlaamse teksten moet schrijven omdat Belgisch niet in verhalen thuishoort. Nederlands zou "De Norm" zijn.
Met andere woorden: ik zou als Limburger dus in de verhalen die ik deel, mijn afkomst moeten verloochenen?
Als iemand commentaar gaat leveren op mijn manier van verhalen vertellen, zal ik die manier verdedigen. Net als dat ik bijvoorbeeld een tekst met Friese, Twentse of Brabantse zinsopbouw en woordgebruik zal verdedigen.
Ik neem hier mezelf als voorbeeld, maar ik kan me indenken dat mensen uit andere provincies eenzelfde soort commentaar krijgen.
Is het dan zo verkeerd om je afkomst te laten doorschemeren in je taalgebruik? Moet alles in een mal gegoten worden? Ik denk van niet. Diversiteit maakt het juist interessant.
Hoe denken jullie erover?
Kylian.
Comments